Laatst sprak ik met iemand die in de psychiatrie diagnoses stelt. Ik werk al enige jaren met haar samen en tijdens ons gesprek kwam het onderwerp op religie. We spraken over iemand die wanen had, dat zijn denkbeelden die niet overeenkomen met de algemeen geaccepteerde opvattingen. We kwamen in ons gesprek tot de conclusie dat christendom eigenlijk alleen geen gekte is, omdat er zoveel christenen zijn. Als er één christen zou zijn, zou hij voor gek verklaard worden. Want laten we wel wezen: als ik jou vertel dat ik zeker weet dat er constant een onzichtbaar persoon bij mij in de buurt is, dan zou je toch denken dat ik gek ben? Al helemaal als ik zeg dat deze persoon dingen aan me vertelt – en dat ik zelfs helemaal niets ben zonder hem!
Dat alles gelooft een christen. Hoe reëel is dat voor mij? De songtekst van Kim Walker fladdert de afgelopen weken in door m’n hoofd. Ze zingt: ‘I don’t want to talk about you, like you’re not in the room. Want to look right at you, want to sing right to you’ *. Zo echt is de relatie tussen een mens en Jezus. Toen Hij ongeveer tweeduizend jaar geleden terug naar de hemel ging, had Hij beloofd dat Hij met ons zou zijn. En dat heeft Hij ook laten zien. Veel christenen ervaren dat en ik mag me bij dat rijtje gelukkigen scharen.
Maar voor mij ligt ook het Gapende Gat, de Grote Valkuil van iedere christen: schijnheiligheid. Vaak niet eens bewust, eerder doordat ik een keer God heb ervaren in een situatie en op de automatische piloot die ‘manier’ of traditie vasthoud. Voorbeeld: een collega (niet-christelijke psycholoog) ging jaren geleden mee naar een bijbelstudie. Ik sloot af met gebed en ze vroeg na afloop: ‘Waarom zeg je iedere keer ‘Heer’ of ‘Vader’ aan het einde van de zin? Ik zeg toch ook niet iedere keer ‘Ferdinand’ in iedere zin als ik met je praat?’ Zo kreeg ik een les in christen zijn van iemand die Christus niet volgde. Een les in echtheid.
Deze week was de week van gebed in veel kerken. Honderden mensen in veel kerken die in Nederland, maar ook mondiaal, aan het bidden waren. Honderden mensen die zeker weten dat er iemand is die al die gebeden hoort. Dat er engelen zijn. Dat er bovennatuurlijke dingen kunnen gebeuren, alleen omdat zij ‘namens Jezus’ hun verzoeken richten tot God. Als ik er van een afstand naar kijk en het zo beschouwend opschrijf, kan ik niets anders dan me verbazen. Voor mij is het verbazing met een glimlach, want hoe gek het ook klinkt, mijn hart zegt: ja, dat klopt! Misschien zeg je nu: ‘koekoek, jij bent hartstikke gek’, dat is zeker zo. Hoewel het dus wel ligt aan het perspectief waaruit je dingen bekijkt. En mijn uitzicht (perspectief) zou ik voor geen goud willen missen. Dat hoeft gelukkig ook niet, zoals gezegd: Jezus heeft me beloofd dat Hij me nooit zal verlaten!
*) ‘ik wil niet over u spreken, alsof u niet in de kamer bent. Ik wil recht naar u kijken, ik wil recht naar u toe zingen’